ECLI:NL:CRVB:2021:2580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsvermogen en duurzaamheid Wajong-uitkering
Appellant, bekend met een ontwikkelingsstoornis en een zwakbegaafd intelligentieniveau, vroeg een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant arbeidsvermogen zou hebben, ondanks dat hij geen basale werknemersvaardigheden bezit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat hij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en niet in staat is om aaneengesloten te werken of vier uur per dag belastbaar te zijn. De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd dat appellant deze belastbaarheid heeft, onder meer omdat de stage uit 2015/2016 niet representatief is voor de huidige situatie en het gamen geen bewijs vormt voor arbeidsvermogen.
Ook is onvoldoende gemotiveerd dat de situatie van appellant niet duurzaam is, mede omdat er geen duidelijke behandeling of begeleiding gericht op zijn autisme is aangetoond. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen over de Wajong-uitkering met een betere onderbouwing.