ECLI:NL:CRVB:2021:2591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing hoger beroep tegen WIA-vervolguitkering en belastbaarheidsevaluatie
Appellant, voormalig teamlid bagageprocessen, heeft zich ziekgemeld wegens rugklachten en ontvangt sinds 2017 een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van ongeveer 38%. Na een herbeoordeling in 2018 heeft het UWV vastgesteld dat appellant in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid tussen 35% en 45%. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit waarbij zijn mate van arbeidsongeschiktheid niet werd gewijzigd, met name over de beperkingen op belastingaspect 5.9 'afwisseling van houding' in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat de beperking op belastingaspect 5.9 ten onrechte was opgenomen en dat de bestaande beperkingen voor zitten, staan en lopen voldoende afwisseling bieden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de functies 'productiemedewerker industrie (samenstellen van producten), medior soldering operator' en 'wikkelaar nieuw en revisie' passend zijn, ondanks de beperkingen van appellant. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het beroep af, waarbij het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellant niet beperkt hoeft te worden op belastingaspect 5.9 en dat de afwisseling van houding adequaat is ondervangen. Er was geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.