ECLI:NL:CRVB:2021:2594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervroegde ingangsdatum WIA-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant, voormalig militair, diende op 19 januari 2018 een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Het UWV kende de uitkering toe met ingang van 19 januari 2017, conform de wettelijke termijn van maximaal een jaar terugwerkende kracht.
Appellant stelde dat hij geen tijdige kennisgeving had ontvangen en dat de uitkering per 10 juli 2006, 104 weken na de eerste ziektedag, had moeten ingaan. De rechtbank oordeelde echter dat appellant wel een latere kennisgeving had ontvangen en dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het begrip 'bijzonder geval' moet restrictief worden uitgelegd en appellant heeft onvoldoende medische of andere gegevens aangevoerd om aan te tonen dat hij redelijkerwijs niet in verzuim kon worden geacht. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de aanvraagdatum vanwege het ontbreken van een bijzonder geval.