ECLI:NL:CRVB:2021:2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hoger beroep is door de Centrale Raad van Beroep op 24 november 2020 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.
Appellant heeft verzet aangetekend tegen deze beslissing en aangevoerd dat hij om uitstel van betaling had verzocht en door de pandemie vertragingen in postverkeer ondervond. Tevens bleek dat de adresgegevens op de nota's niet volledig overeenkwamen met zijn correspondentie.
De Raad heeft appellant op 6 juli 2021 een laatste kans gegeven om het griffierecht van €131,- alsnog te voldoen, met een uiterste betaaldatum van 3 augustus 2021. Deze aanmaning is per e-mail en aangetekende post verzonden naar het laatst opgegeven adres.
Omdat het griffierecht niet is betaald, verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.C. Boeree en griffier V.M. Candelaria op 22 oktober 2021.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.