ECLI:NL:CRVB:2021:2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig operator, meldde zich ziek met voetklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over onzorgvuldig medisch onderzoek, onvoldoende rekening met schouder-, voet- en psychische klachten, en het ontbreken van een urenbeperking in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad concludeerde dat het UWV de beperkingen terecht heeft vastgesteld en gemotiveerd waarom schouder- en psychische klachten geen extra beperkingen rechtvaardigen.
De Raad wees erop dat de aanvullende medische rapporten en het dossier geen aanwijzingen bevatten voor zwaardere beperkingen. Ook de arbeidskundige bezwaren van appellant waren onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering krijgt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek.