ECLI:NL:CRVB:2021:2638

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2021
Publicatiedatum
27 oktober 2021
Zaaknummer
20/2780 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep in WAO-V zaak ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht niet had betaald en het hoger beroep te laat was ingediend.

Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat brieven van de Raad naar een verkeerd postbusnummer waren verzonden. Als bewijs overhandigde hij een enveloppe met een PostNL-sticker waarop een onjuist postbusnummer stond.

De Raad constateerde echter dat de brieven waarin appellant werd verzocht het griffierecht te voldoen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wel degelijk naar het juiste adres waren verzonden en niet retour waren gekomen. Appellant gaf geen andere redenen voor het niet voldoen van het griffierecht of de te late indiening van het hoger beroep.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree en griffier V.M. Candelaria op 22 oktober 2021.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 oktober 2021
20/2780 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2020, 19/4571 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 16 december 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet in behandeling kan nemen. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen
8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de uitspraak en heeft verzet gedaan
Het verzet is behandeld op de zitting van 10 september 2021. Partijen zijn niet naar de zitting gekomen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van 16 december 2020 heeft de Raad het hoger beroep van appellant
niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij het griffierecht niet heeft betaald en het hoger beroep te laat heeft ingediend.
In een brief van 2 juni 2021 heeft appellant verklaard dat de brieven van de Raad naar een verkeerd postbusnummer zijn verzonden. Appellant overlegt hiervan een enveloppe als bewijs met daarop een sticker van PostNL.
De Raad constateert dat op de sticker een onjuist postbusnummer staat maar dat dit een enveloppe betreft van de brief van 3 mei 2021, waarin aan appellant om de gronden van het verzet is gevraagd. De vraag die moet worden beantwoord is waarom het griffierecht niet is voldaan en waarom het hoger beroep te laat is.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam en de brieven waarin aan appellant wordt verzocht het griffierecht te voldoen zijn allemaal aan het juiste adres verzonden. Deze brieven zijn ook niet retour gekomen. In het verzetschrift van appellant staan verder geen andere redenen waarom het griffierecht niet is voldaan en waarom het hoger beroep te laat is ingediend.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2021.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) V.M. Candelalaria