ECLI:NL:CRVB:2021:2646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dienstopdracht en afwijzing hoger beroep wegens ziekte bij re-integratie tweede spoor
Appellant was sinds 1998 werkzaam bij het Erasmus MC en was vanaf 2000 langdurig arbeidsongeschikt door ziekte. In maart 2018 kreeg hij een dienstopdracht om mee te werken aan re-integratie in het tweede spoor nadat re-integratie in het eerste spoor was mislukt. De raad van bestuur verklaarde het bezwaar tegen deze dienstopdracht in december 2018 ongegrond.
Appellant kreeg per 1 april 2019 eervol ontslag wegens ziekte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot handhaving van de dienstopdracht ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de late toezending van stukken aan zijn gemachtigde en de dienstopdracht onterecht waren, omdat hij door ziekte niet kon meewerken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet in zijn belangen was geschaad door de late toezending van stukken drie dagen voor de hoorzitting. Tevens werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn ziekte hem verhinderde om aan de dienstopdracht te voldoen. De dienstopdracht was gezien de omstandigheden redelijk en noodzakelijk om de mogelijkheden voor re-integratie in het tweede spoor te onderzoeken. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.