ECLI:NL:CRVB:2021:2651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA op 66,32% ondanks geluidsbeperkingen
Appellante, laatstelijk werkzaam als juridisch medewerkster, meldde zich ziek met tinnitus, vertigo en sinusitis. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2018 vast op 66,32% na aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op advies van een audioloog.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen invloed heeft op de geluidsblootstelling in haar functies en dat de beperkingen onvoldoende zijn meegenomen. De rechtbank oordeelde echter dat de functies geschikt zijn, omdat deze in een geluidsarme omgeving plaatsvinden met mogelijkheden voor geluiddemping en een urenbeperking van 20 uur per week geldt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid op 66,32% door het UWV.