ECLI:NL:CRVB:2021:2652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met enkel- en voetklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen zoals vastgelegd in de FML van 20 maart 2020 juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder ook longproblemen en osteoporose, onvoldoende waren meegewogen en verzocht om benoeming van een medisch deskundige.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de FML. De medische informatie is volledig en sluit aan bij de beperkingen die zijn vastgesteld. Ook is het UWV voldoende gemotiveerd in de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening is gebaseerd. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.