ECLI:NL:CRVB:2021:2673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als agent customer contact center, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en lichamelijke klachten, waaronder een diagnose van dunnevezelneuropathie, onvoldoende waren meegewogen. Zij overhandigde rapporten van haar psychiater, neuroloog en psychologisch onderzoek. Het UWV verwees naar meerdere rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ter onderbouwing van haar standpunt.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, waarbij de verzekeringsarts geen aanleiding zag voor verdere beperkingen op basis van psychische klachten. Ook de fysieke beperkingen waren adequaat in kaart gebracht, ondanks de diagnose van dunnevezelneuropathie. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld, mede door redelijke aanpassingen zoals een automatische transmissie en hulpmiddelen.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.