ECLI:NL:CRVB:2021:2675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WAJONG-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren, op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. Deze regeling is ook van toepassing op het hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep, begroot op in totaal € 2.992,-. Vergoeding van griffierechten dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken op 20 oktober 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ter hoogte van € 2.992,- na intrekking van het hoger beroep.