ECLI:NL:CRVB:2021:2675

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 oktober 2021
Publicatiedatum
1 november 2021
Zaaknummer
18/4969 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:64 AwbArt. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WAJONG-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren, op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. Deze regeling is ook van toepassing op het hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep, begroot op in totaal € 2.992,-. Vergoeding van griffierechten dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen.

De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken op 20 oktober 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ter hoogte van € 2.992,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 oktober 2021
18/4969 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
14 augustus 2018, 17/3146 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.J. Joosten, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de zaak heeft plaatsgehad op 14 januari 2021. Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst.
Het Uwv heeft op 14 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 3 mei 2021 heeft mr. Joosten namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor de aan appellant verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
Het Uwv heeft met een brief van 15 juli 2021 laten weten zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 14 april 2021 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken voor de aan hem verleende rechtsbijstand. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.496,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.992,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.992,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2021.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ