ECLI:NL:CRVB:2021:2682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Volgens artikel 8:41 van Pro de Awb is betaling van griffierecht vereist voor de ontvankelijkheid van het beroep. Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- en de termijn waarbinnen dit moest gebeuren.
Appellant heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar heeft het daarvoor benodigde formulier niet tijdig en volledig ingevuld teruggestuurd. Hierdoor is het verzoek afgewezen. Ondanks herinneringen en aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, is het griffierecht niet betaald.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier J.M. Labage op 28 oktober 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.