ECLI:NL:CRVB:2021:2684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA na herbeoordeling
Appellant, voormalig offsetdrukker, werd in 2017 herbeoordeeld door het UWV waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 44,83%. Hij stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was vanaf die datum, maar het UWV en rechtbank oordeelden dat de functionele beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat niet alle klachten in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren meegenomen. De Raad verzocht het UWV om nadere toelichting, waarop het UWV rapporten overlegde die de eerdere conclusies bevestigden.
De verzekeringsarts onderbouwde dat beperkingen op conflicthantering, contact met klanten en leidinggeven adequaat waren meegenomen, terwijl samenwerken niet beperkt hoefde te worden. De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies de belastbaarheid niet overschreden.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld, ondanks een motiveringsgebrek dat niet tot benadeling leidde. Het hoger beroep werd afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 44,83% arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt bevestigd.