ECLI:NL:CRVB:2021:2696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, voormalig logistiek medewerker, vroeg om een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na een bedrijfsongeval. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na diverse medische rapporten en herbeoordelingen bleef het UWV bij haar standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij sterker beperkt was dan het UWV aannam, onderbouwd met rapporten van specialisten die hem uitgebreid onderzochten. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met beperkingen in lopen, staan en knielen/hurken, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant niet zelf had onderzocht en onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin appellant als sterk beperkt wordt aangemerkt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen vanwege onzekerheid over de uitkomst van de nieuwe beslissing. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.