ECLI:NL:CRVB:2021:2744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid bij Wajong-uitkering met complexe psychiatrische problematiek
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door een autismespectrumstoornis en psychotische kwetsbaarheid. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant geen duurzaam arbeidsvermogen ontbeerde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.
Appellant voerde hoger beroep aan en stelde dat zijn psychiatrische problematiek niet tot verbetering zou leiden en dat het aanpassen van gedragingen voor hem geen optie was. Hij verwees naar een forensisch psychologisch rapport en stelde dat zijn behandelingen niet door hem waren gesaboteerd, mede vanwege verminderd toerekeningsvatbaarheid.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat op de datum van aanvraag geen duurzaam arbeidsvermogen ontbrak, omdat bij juiste behandeling verbetering mogelijk was. Het feit dat achteraf behandelingen niet succesvol waren, was niet relevant voor de beoordeling op die datum. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.