ECLI:NL:CRVB:2021:2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als huishoudelijke hulp, viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op medische beoordelingen en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellante voerde hoger beroep aan met het argument dat haar psychische beperkingen ernstiger zijn en dat een onafhankelijk deskundige moest worden ingeschakeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische informatie geen aanleiding geeft om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen. De intensivering van begeleiding door Indigo leidt niet tot een urenbeperking, en de belastbaarheid is niet onderschat. Daarom is inschakeling van een onafhankelijk deskundige niet nodig.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De WIA-uitkering wordt terecht afgewezen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor geselecteerde functies.