ECLI:NL:CRVB:2021:2771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellante geschikt is voor arbeid als productiemedewerkster ondanks klachten
Appellante werkte als productiemedewerkster voor 42 uur per week en meldde zich ziek per 19 januari 2009 wegens diverse klachten. Het UWV wees haar ziekengeld op grond van de Ziektewet af, omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts correct was en dat het tijdsverloop geen reden was voor twijfel.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en bracht aanvullend psychologisch onderzoek in, stellende dat zij niet in staat was tot arbeid. Het UWV handhaafde haar standpunt met een recent rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad concludeerde dat de klachten bekend en meegewogen waren en dat de beperkingen niet tot ongeschiktheid leidden. Het psychologisch rapport dateerde van na de datum in geschil en bood geen nieuwe aanknopingspunten. Vrijwilligerswerk kort na de datum in geschil onderbouwde niet dat betaalde arbeid onmogelijk was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak dat appellante geschikt is voor haar arbeid wordt bevestigd.