ECLI:NL:CRVB:2021:2774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV op 2 februari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Het UWV had reeds een vergoeding van 1 punt voor rechtsbijstand in de bezwaarfase betaald, maar appellant vorderde een extra vergoeding voor bezwaren die destijds ongegrond waren verklaard. De Centrale Raad oordeelde dat slechts één proceshandeling had plaatsgevonden en dat het UWV reeds een vergoeding had betaald, waardoor geen extra vergoeding voor de bezwaarfase werd toegekend.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten voor beroep en hoger beroep, begroot op € 2.244,-. Vergoeding van griffierechten dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.244,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.