Uitspraak
19.3089 ZW
OVERWEGINGEN
Partijen hebben berust in de uitspraak van de rechtbank.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als service technicus heating, ventilation, airconditioning, meldde zich ziek wegens overgevoeligheid voor chemische stoffen en ontving een Ziektewetuitkering. Medisch onderzoek door verschillende specialisten, waaronder een dermatoloog en longarts, leverde geen objectieve medische onderbouwing voor het gebruik van beschermende middelen zoals een volgelaatsmasker op. Het UWV stelde vast dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond wegens onzorgvuldig medisch onderzoek, waarna het UWV aanvullend onderzoek liet verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het aanvullende onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat er geen medische noodzaak bestaat voor beschermende middelen. De subjectieve klachten van appellant bieden onvoldoende grondslag voor ongeschiktheid.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering wordt beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.