ECLI:NL:CRVB:2021:2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, vroeg herhaaldelijk om een WAO-uitkering na een eerdere afwijzing in 2001 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het Uwv weigerde deze verzoeken telkens omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is en medische stukken overlegd had, maar deze waren niet voldoende om het besluit te herzien.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af. Het beroep op de Wet Amber werd afgewezen omdat meer dan vijf jaar waren verstreken sinds de wachttijd. De Raad concludeerde dat het Uwv terecht geen WAO-uitkering toekende en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.