ECLI:NL:CRVB:2021:2798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze omdat zij niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidseis van meer dan 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de rapportages logisch en inzichtelijk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische toestand ernstiger was dan vastgesteld, dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege het ontbreken van een onafhankelijke tolk, en dat de geduide functies ongeschikt waren. De Raad oordeelde dat het onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. Medische stukken die appellante in hoger beroep aanvoerde, waren onvoldoende concreet of betroffen perioden na het overlijden van haar echtgenoot.
De Raad concludeerde dat de arbeidskundige beoordeling juist was en dat de geduide functies passend waren bij de vastgestelde beperkingen. Er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.