ECLI:NL:CRVB:2021:2799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het CIZ, waarbij mr. D. Gürses namens appellant optrad. Het CIZ nam op 30 maart 2021 een herziene beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in bij brief van 31 mei 2021 en verzocht om een proceskostenveroordeling van het CIZ.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.
De Raad heeft het CIZ veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op €1.496,- voor het beroep en €748,- voor het hoger beroep, totaal €2.244,-. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het CIZ wenden. De uitspraak is gedaan op 11 november 2021 door D. Hardonk-Prins.
Uitkomst: Het CIZ is veroordeeld tot betaling van €2.244,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.