ECLI:NL:CRVB:2021:2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante werkte tot augustus 2015 als marketeer en meldde zich ziek vanwege darmklachten. Na diverse periodes van ziekte en werkhervatting werd haar een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de kans op herstel, met name ten aanzien van diverticulitis. De rechtbank benoemde prof. dr. Masclee als deskundige, die concludeerde dat de klachten behandelbaar zijn en herstel mogelijk is. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de ziekte van Crohn heeft, wat Masclee niet bevestigde vanwege gebrek aan objectieve medische gegevens.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat er geen sprake is van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van een IVA-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.