ECLI:NL:CRVB:2021:2810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55% na zorgvuldige herbeoordeling
Appellant, voormalig personeelsbemiddelaar, ontving sinds 2013 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 51,12%, waarna het UWV in 2017 de loonaanvullingsuitkering omzet in een WGA-vervolguitkering van 45-55%. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep onder meer schending van het equality of arms-beginsel aan en betwistte de medische beoordeling, met name over psychische klachten en handproblemen.
De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd volgens algemeen aanvaarde methoden, dat appellant voldoende gelegenheid had om medische gegevens aan te dragen en dat het beginsel van equality of arms niet is geschonden. De functionele mogelijkheden en geschiktheid van de functies zijn terecht vastgesteld. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot toekenning van een WGA-vervolguitkering van 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.