ECLI:NL:CRVB:2021:2814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering scholingsvoucher wegens niet tijdige aanvraag
Appellant behaalde op 31 oktober 2016 een certificaat voor een opleiding en diende op 23 december 2016 een aanvraag in voor een scholingsvoucher, waarbij hij onjuist vermeldde dat de opleiding op 7 januari 2017 zou beginnen. Dit was niet binnen de termijn van twee weken na aanvang van de scholing zoals voorgeschreven in de Regeling. Het UWV kende de subsidie ten onrechte toe.
Na onderzoek en meerdere verzoeken om informatie over de besteding van de voucher, trok het UWV de subsidie in en vorderde het bedrag terug wegens niet-naleving van de voorwaarden en het verstrekken van onjuiste informatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid tot intrekking en terugvordering, ook al bevatte het besluit een motiveringsgebrek dat echter niet tot benadeling van appellant leidde. Appellant kon zich niet beroepen op bijzondere omstandigheden en was zelf verantwoordelijk voor de juistheid van de aanvraag, ondanks dat de aanvraag in overwegende mate door zijn werkgever was geregeld.
De Raad vergoedde het betaalde griffierecht aan appellant en wees het hoger beroep af, waarmee de intrekking en terugvordering van de scholingsvoucher definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de scholingsvoucher worden bevestigd.