ECLI:NL:CRVB:2021:2820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als schoonmaakster voor 20 uur per week en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar eigen werk en beëindigde de Ziektewetuitkering per 14 juni 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om de arbeidsongeschiktheid aan te nemen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij niet geschikt was voor haar werk vanwege lichamelijke en psychische beperkingen, onderbouwd met een expertise van een verzekeringsarts. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de door appellante ervaren klachten niet worden ondersteund door fysieke afwijkingen en dat de urenbeperking van zes uur per dag geen belemmering vormt voor het verrichten van 20 uur werk per week.
De Raad vond het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd en zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarmee het recht op Ziektewetuitkering werd ontzegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op Ziektewetuitkering wordt ontzegd.