ECLI:NL:CRVB:2021:2827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering bij 74,52% arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting medische beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als medewerkster debiteurenadministratie, is sinds 1 september 2015 ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 71,68% en later op 74,52%, waarop zij een WIA-uitkering ontving. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2019 handhaafde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen voldoende was gemotiveerd en onderbouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar ziekte van Lyme en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Zij overlegde een patiëntendossier van haar fysiotherapeut.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om de medische bevindingen te betwisten en dat het fysiotherapeutisch dossier geen aanleiding gaf tot twijfel aan de medische beoordeling door het UWV. De Raad zag geen reden tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de vaststelling van 74,52% arbeidsongeschiktheid en de ongewijzigde WIA-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 74,52% arbeidsongeschiktheid en handhaaft de WIA-uitkering ongewijzigd.