ECLI:NL:CRVB:2021:2838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending medewerkings- en inlichtingenverplichting
Appellant vroeg op 19 februari 2018 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Na een intakegesprek en verzoeken om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, leverde appellant niet alle gevraagde informatie aan. Hij werd uitgenodigd voor een gesprek op 23 mei 2018, waar hij vroegtijdig wegliep en het aangekondigde huisbezoek onmogelijk maakte.
Appellant stelde dat hij vanwege medische en sociale problemen niet in staat was het gesprek te voeren, maar dit werd niet met stukken onderbouwd en vond geen steun in het gespreksverslag. Ook gaf hij wisselende en onvolledige verklaringen over zijn woon- en leefsituatie, waardoor het algemeen bestuur zijn inlichtingenverplichting schond.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant de medewerkings- en inlichtingenverplichtingen had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Een vervolggesprek met begeleiding was niet noodzakelijk omdat appellant niet had aangegeven dit te wensen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de bijstandaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens schending van medewerkings- en inlichtingenverplichtingen.