ECLI:NL:CRVB:2021:2859
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding en niet betalen griffierecht
Appellant diende een hogerberoepschrift in na de uiterste termijn van 4 september 2019, namelijk op 18 februari 2020, en betaalde het griffierecht niet. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder zitting. Appellant maakte hiertegen verzet en stuurde omvangrijke stukken, maar gaf geen feiten of omstandigheden die de vormverzuimen konden rechtvaardigen of aantonen dat de eerdere uitspraak onjuist was.
Tijdens de zitting van 2 juli 2021 nam appellant telefonisch deel en verzocht om wraking van de behandelend rechter, wat werd afgewezen. Een tweede wrakingsverzoek op 7 oktober 2021 werd eveneens niet in behandeling genomen. De verzetzitting op 8 oktober 2021 vond plaats zonder aanwezigheid van partijen.
De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond was omdat appellant geen geldige gronden aanvoerde om de niet-ontvankelijkverklaring te betwisten. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 19 november 2021 in het openbaar gedaan door rechter J.C. Boeree.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.