ECLI:NL:CRVB:2021:2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht niet had betaald. Appellant stelde in verzet dat hij tijdig beroep had ingesteld en om vrijstelling van het griffierecht had verzocht, en klaagde over onnauwkeurige besluitvorming en het ontbreken van correcte hoorzitting.
De Raad overwoog dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden opheffen. Zijn verzoek om betalingsonmacht was reeds afgewezen en hij had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Hoewel appellant niet op de zitting verscheen en bezwaar maakte tegen het ontbreken van de wederpartij, was de aanwezigheid van de Sociale Verzekeringsbank niet vereist voor deze procedure die geen inhoudelijke behandeling betrof.
De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond was en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree op 19 november 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.