ECLI:NL:CRVB:2021:2872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens te late aanvraag WW-uitkering zonder dubbele bestraffing
Appellant diende een aanvraag voor een WW-uitkering in die te laat was ingediend, waardoor het UWV een maatregel oplegde en een deel van de uitkering niet uitbetaalde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van dubbele bestraffing of strijd met het evenredigheidsbeginsel.
In hoger beroep stelde appellant dat de combinatie van het niet uitbetalen van de uitkering en het opleggen van een maatregel een dubbele punitieve sanctie vormde, in strijd met het ne bis in idem-beginsel. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat zowel het niet uitbetalen als de maatregel herstelsancties zijn en geen bestraffende sancties, waardoor het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is.
Verder werd bevestigd dat de maatregel proportioneel is en in overeenstemming met de regelgeving, mede omdat de aanvraag ruim acht maanden te laat was ingediend. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit van het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt bevestigd.