ECLI:NL:CRVB:2021:2873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA ondanks toegenomen klachten
Appellant, voormalig medewerker operationeel verkeersmanagement, meldde zich ziek en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van 77,49% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd het percentage verlaagd naar 68,57%, wat appellant betwistte vanwege toegenomen klachten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen de beperkingen juist hadden vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch oordeel onjuist was en vroeg om een onafhankelijke deskundige. Hij vond het onbegrijpelijk dat ondanks toegenomen klachten het arbeidsongeschiktheidspercentage lager werd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de rechtbankuitspraak. De Raad stelde vast dat het UWV de klachten erkende en verwerkte in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het lagere percentage werd verklaard door het geactualiseerde Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), waarin hogere beloonde functies werden geselecteerd ondanks toegenomen beperkingen.
De Raad vond geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen of een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 68,57% wordt bevestigd.