ECLI:NL:CRVB:2021:2880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het UWV kwam bij brief van 10 maart 2021 geheel tegemoet aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat er geen vergoede bezwaarkosten waren en veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken. De kosten werden begroot op in totaal € 2.244,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen en griffier H. Alajai op 17 november 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.244,- aan proceskosten aan appellante.