ECLI:NL:CRVB:2021:2881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 15 februari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld aan de hand van de toepasselijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het UWV de kosten in de bezwaarfase al heeft vergoed, gaat het oordeel alleen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 748,-. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV terugvorderen. De uitspraak is gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen op 17 november 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan appellante.