ECLI:NL:CRVB:2021:2882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. De gemachtigde van appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken in het openbaar op 17 november 2021. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.