ECLI:NL:CRVB:2021:2883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks herhaalde aanmaningen en pogingen tot contact, waaronder aangetekende brieven en adresonderzoek via de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, is het griffierecht niet betaald.
De Raad concludeert dat appellante in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en op 17 november 2021 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.