Uitspraak
19.4040 AW, 19/4041 AW, 19/4042 AW, 19/4044 AW, 19/4045 AW
[appellant 3] te [woonplaats 3] (appellant 3)
[appellant 4] te [woonplaats 4] (appellant 4)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, werkzaam bij de Veiligheidsregio Utrecht in 24-uursdiensten, vorderden overwerkvergoedingen voor algemene werkzaamheden en medezeggenschapsactiviteiten over verschillende jaren. Het dagelijks bestuur wees deze verzoeken af, stellende dat overwerk alleen geldt voor uitzonderingssituaties met geautoriseerde dienstopdrachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het jaarlijks opgestelde ploegenrooster niet het verplichte werkrooster is, omdat het gedurende het jaar nog wijzigingen kan ondergaan tot 72 uur voor een dienst. Werkzaamheden die minimaal 72 uur vooraf bekend zijn en achteraf worden gecompenseerd, gelden niet als overwerk. De door appellanten opgevoerde werkzaamheden vielen binnen deze categorie en werden gecompenseerd als plusuren.
Verder stelde de Raad dat er geen sprake was van een geautoriseerde dienstopdracht voor overwerk, omdat deze alleen wordt aangenomen bij wijzigingen binnen 72 uur voorafgaand aan de werkzaamheden. Het beroep op het verbod van benadeling van ondernemingsraadsleden werd eveneens verworpen, omdat de gehanteerde regeling voor alle medewerkers geldt en geen onderscheid maakt naar OR-activiteiten.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de hoger beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om overwerkvergoeding af en bevestigt de eerdere uitspraken.