Uitspraak
19.1951 WWB
OVERWEGINGEN
3 juni 2013 is beslist, heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 22 januari 2013 gegrond verklaard voor zover het de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 14 oktober 2002 tot en met 31 december 2006 betreft. Bij uitspraak van
1 januari 2007 tot en met 30 april 2010. De Raad heeft verder bepaald dat appellante recht heeft op een schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.
12 juli 2012 ingediende bezwaarschrift tot de datum van deze uitspraak zijn negen jaar en bijna vier maanden verstreken. Dat brengt met zich mee dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden. Noch in de zaak zelf, noch in de opstelling van appellante zijn aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan negen jaar zou mogen bedragen. Van het totale tijdsverloop heeft de behandeling van het bezwaar door het college drie maanden geduurd. Er is geen overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase. De overschrijding van de redelijke termijn is dus geheel aan de bestuursrechter toe te rekenen.