ECLI:NL:CRVB:2021:2929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijzondere bijstand huurwoning
Appellant diende op 9 april 2019 een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de eerste maand huur van een woning. Het college verzocht bewijsstukken, zoals een huurovereenkomst, maar appellant kon deze niet overleggen omdat de huur gelijktijdig met het tekenen van de overeenkomst moest worden voldaan. Een gesprek tussen de beoogde verhuurder en een gemeentemedewerker leidde ertoe dat de verhuurder afzag van verhuur vanwege vermoedelijke betalingsproblemen.
Het college wees de aanvraag af omdat de verhuur niet is doorgegaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college het verbod van détournement de pouvoir had geschonden door het bekendmaken van persoonlijke omstandigheden aan de verhuurder. Tevens verzocht appellant om vergoeding van schade.
De Raad stelde vragen aan appellant over het doel en het belang van het hoger beroep, waarop geen reactie kwam. De woning is inmiddels verhuurd aan een ander, waardoor appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling. De Raad oordeelde dat appellant geen actueel procesbelang heeft en dat het verzoek om schadevergoeding dit niet verandert. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.