ECLI:NL:CRVB:2021:2934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- J.C. Boeree
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding niet gegrond verklaard door Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2005 in dienst bij de Rijksuniversiteit Groningen en werd ontslagen wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Het college stelde dat voortzetting van het dienstverband niet mogelijk was vanwege samenwerkingsproblemen met leidinggevenden. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij goed functioneerde en dat het college onvoldoende had gedaan om het conflict op te lossen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het college een overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsverhouding, waardoor het ontslag onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en vernietigde het ontslagbesluit. De Raad stelde dat het college onvoldoende had geprobeerd tot een oplossing te komen, onder meer door het inzetten van een leidinggevende die zelf twijfels had over de samenwerking en het niet afronden van mediation.
Het verzoek van appellante tot vergoeding van kosten voor congressen werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat deze kosten zonder het ontslagbesluit niet zouden zijn gemaakt. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt het eerdere besluit van het college en bevestigt dat het ontslag onrechtmatig was.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens een verstoorde arbeidsverhouding wordt vernietigd omdat het college onvoldoende heeft geprobeerd het conflict op te lossen.