Uitspraak
21.2316 ANW
OVERWEGINGEN
19 mei 2020 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat geen sprake is van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van herziening af te zien.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 1 mei 2018 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontving op 30 maart 2020 een bericht dat appellant op 26 september 2018 in Marokko was hertrouwd. De Svb trok daarop de uitkering met ingang van 1 oktober 2018 in. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank Oost-Brabant wees het beroep af.
In hoger beroep betwist appellant niet dat hij gehuwd is, maar stelt dat niet aan alle voorwaarden van artikel 16 lid 1 sub b ANW Pro is voldaan, omdat er geen gezamenlijke huishouding of wederzijdse zorgplicht zou zijn. De Raad oordeelt echter dat het huwelijk op zichzelf voldoende is voor intrekking van de uitkering, omdat artikel 16 lid 1 sub b ANW Pro een 'of'-bepaling is.
Verder overweegt de Raad dat de Svb gehouden was de uitkering in te trekken en dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugwerkende kracht. Appellant heeft zijn huwelijk niet tijdig gemeld en was gewezen op de gevolgen hiervan. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de nabestaandenuitkering per 1 oktober 2018 bevestigd.