ECLI:NL:CRVB:2021:2943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens onjuiste inkomensopgave
Appellante ontvangt sinds 1983 een WAO-uitkering. In 2018 ontving het UWV een anonieme melding dat zij mogelijk prostitutiewerkzaamheden verrichtte. Na onderzoek en een gesprek op 21 juni 2018, waarbij appellante verklaarde ongeveer zeven klanten per week te ontvangen en een inkomen van circa €450 per week te hebben, herzag het UWV haar uitkering over de periode 1 februari tot 30 juni 2018.
Appellante betwistte de juistheid van het gespreksverslag en stelde dat zij minder klanten ontving en minder verdiende. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht uitging van de verklaring van appellante tijdens het gesprek en dat de terugvordering van €5.777,01 correct was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het gespreksverslag onjuist was en dat zij binnen de reactietermijn haar correcties had doorgegeven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat het UWV mocht vertrouwen op het gespreksverslag en dat de mededeling over de reactietermijn geen voorbehoud inhoudt dat alle wijzigingen automatisch worden geaccepteerd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijken van vaste rechtspraak rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAO-uitkering terecht heeft herzien en de ten onrechte betaalde uitkering mag terugvorderen.