ECLI:NL:CRVB:2021:2944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht voor het indienen van een beroepschrift, hetgeen ook geldt voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellant werd tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en de gevolgen van niet-betaling, maar betaalde niet binnen de gestelde termijnen.
Daarnaast dient een beroepschrift volgens artikel 6:5 Awb Pro de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte geen gronden. Appellant kreeg twee keer de gelegenheid om dit te herstellen binnen een termijn van vier weken, maar liet deze kansen ongebruikt voorbijgaan.
De Raad concludeert dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 18 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.