ECLI:NL:CRVB:2021:2982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing WIA
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 23 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed en moest nu oordelen over de kosten in beroep en hoger beroep. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken, inclusief kosten voor rechtsbijstand en een deskundige.
De totale proceskostenvergoeding bedroeg €4.014,71, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift, het verschijnen ter zitting, het indienen van het hoger beroepschrift en de deskundigenkosten. Vergoeding van het griffierecht moest appellante rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen op 29 november 2021.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €4.014,71 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.