ECLI:NL:CRVB:2021:3003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 8 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten van bezwaar en hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming veroordeeld worden in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het UWV de kosten in de beroepsfase al had vergoed en veroordeelde het UWV in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar en hoger beroep, waaronder kosten voor rechtsbijstand en een deskundige. Het totaalbedrag werd vastgesteld op € 3.291,60.
Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk op 1 december 2021.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 3.291,60 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.