ECLI:NL:CRVB:2021:3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen Ziektewet-uitkering na herhaalde ziekmelding bij ongewijzigde beperkingen
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich in 2014 ziek met chronische lage rugpijn. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze in 2015 omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in andere functies die fysiek licht en rugsparend zijn.
Na een nieuwe ziekmelding in 2019 met toegenomen pijnklachten weigerde het UWV opnieuw een Ziektewet-uitkering toe te kennen, omdat de beperkingen uit 2015 nog steeds passend waren en appellante geschikt werd geacht voor de eerder geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen ernstiger waren en zij niet geschikt was voor de functies, maar de Raad oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen juist had vastgesteld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.