ECLI:NL:CRVB:2021:3016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit WIA
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een WIA-zaak. Dit hoger beroep is ingetrokken nadat het UWV geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet was gekomen met een gewijzigde beslissing op bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat het UWV op verzoek van appellante kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De Raad heeft de kosten van de rechtsbijstand van de gemachtigden vastgesteld volgens het forfaitaire stelsel van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Vergoeding van de kosten van de arts-gemachtigde Mallant-Eijgenraam is afgewezen omdat zij niet als deskundige kan worden beschouwd wanneer zij tevens als gemachtigde optreedt. De Raad heeft het totale bedrag aan proceskostenvergoeding vastgesteld op €4.968,-, waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheid van twee gemachtigden.
Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak is gedaan door voorzitter B.J. van de Griend op 1 december 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.968,- aan proceskostenvergoeding na intrekking van het hoger beroep.