In deze zaak stond de vraag centraal of werkneemster recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid vanaf oktober 2013. Het UWV had dit recht aanvankelijk ontzegd op grond van een onvoldoende gemotiveerde inschatting van de verzekeringsartsen over de kans op herstel van werkneemster.
De Raad constateerde in een eerdere tussenuitspraak dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. Het UWV heeft dit motiveringsgebrek niet hersteld met de overgelegde rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Psychiater Kaymaz motiveerde uitvoerig dat de kans op verbetering van de belastbaarheid van werkneemster in november 2013 minder dan gering was.
Op basis van deze rapportage concludeerde de Raad dat werkneemster vanaf oktober 2013 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dus recht had op een IVA-uitkering. De Raad vernietigde het bestreden besluit en voorzag zelf in de zaak. Tevens werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over materiële schadevergoeding en werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.