ECLI:NL:CRVB:2021:3018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV zijn afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden sinds het oorspronkelijke besluit van 9 mei 2017.
De rechtbank heeft in twee uitspraken deze afwijzingen bevestigd, stellende dat de overgelegde stukken geen nieuwe medische gegevens bevatten die aanleiding geven tot herziening. Appellante voerde aan dat haar klachten waren toegenomen en dat het UWV de bewijslast droeg, maar deze stellingen werden niet gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep toetst of het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn en of de besluiten evident onredelijk zijn. De Raad concludeert dat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd en dat het UWV de besluiten zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd.
Ook is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar is afgerond.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvragen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.