ECLI:NL:CRVB:2021:3023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bij whiplashklachten
Appellante, werkzaam als medewerker leerlingenadministratie, meldde zich ziek wegens whiplashklachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij vanaf 7 oktober 2019 weer arbeidsgeschikt was. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en haar beperkingen werden onderschat. Zij overwoog ook dat de voorgestelde werkhervatting met aanpassingen niet realistisch was en legde een onafhankelijke expertise over.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat de verzekeringsarts op eigen oordeel mag varen tenzij er een beredeneerd afwijkend standpunt van de behandelend sector is, wat hier niet het geval was.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat en dat de rapporten van het UWV voldoende onderbouwd zijn. De conclusie van de onafhankelijke verzekeringsarts werd niet gevolgd vanwege gebrek aan objectieve bevindingen en inconsistenties met het beoordelingsmoment. Er was geen aanleiding tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat het recht op ziekengeld per 7 oktober 2019 is beëindigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt per 7 oktober 2019 beëindigd.